Het hart dient tijdens een reanimatie als een handmatige pomp. Het duurt ongeveer 10 tot 15 onafgebroken compressies voordat er voldoende druk is opgebouwd om het bloed helemaal tot in de kleinste vaatjes van de hersenen te krijgen. Zodra je stopt, valt die druk vrijwel direct weer weg naar nul. Daarom is het essentieel om als een geoliede machine samen te werken: de ene persoon blijft in het ritme van 30:2 pompen, terwijl de andere de borstkas ontbloot en de stickers plakt. Je handen gaan pas van het lichaam af op het moment dat de AED de instructie geeft om het slachtoffer niet aan te raken voor de analyse. Na de schok (of als er geen schok wordt geadviseerd) start je ook weer direct met drukken om de bloeddruk onmiddellijk weer op te bouwen.